Ouderenzorg

Al in 1455 was er sprake van ouderenzorg in Culemborg. Deze bestond uit bedeling voor ‘huis zittende armen’ door de Armenpoth. De Poth was in 1455 gesticht door Gerard van Culenborch en was voor mensen die oud en arm waren en niet meer konden werken. De rijken gaven van hun overvloed om de armen te helpen en hun nood te lenigen. Door God te tonen hoe goed zij waren, hoopten zij een plaats in de hemel te verdienen.

Vanaf 1549 werd de uitdeling vanuit de Caffaigne geregeld. De uitdeling bestond onder meer uit brood, turf, geld, soms kolen en kleding. Alles mondjesmaat. Buiten de vaste uitdelingen waren er ook incidentele uitdelingen, bijvoorbeeld na rampen als brand, storm en overstromingen.

De Caffaigne

Ouderen die – ondanks de hulp van de Poth – niet meer voor zichzelf konden zorgen waren slecht af. Een enkeling kon in het Pietersgasthuis terecht, maar de meesten waren aangewezen op hulp van familie of buren. Begaan met deze Culemborgers, stichtte graaf Antonie van Lalaing en zijn vrouw Elisabeth het Elisabethsgasthuis op de Lange Havendijk. In de volksmond het ‘Oudemannen- en vrouwenhuis’ genoemd. Dit gasthuis bestond uit ‘twaalf huyskens’ bewoond door ‘twaalf arme luden’. Om voor een plaats in aanmerking te komen moest de gegadigde afkomstig zijn uit ‘onse landen’ en minstens 45 jaar of ouder zijn. Hij of zij kon niet meer in eigen onderhoud voorzien, mocht geen bezit hebben, geen schulden hebben en geen bedelaar zijn. Als iemand de zaak bedroog en toch nog inkomsten bleek te hebben, dan volgde inhouding van de uitkering. Voor de bewoners van dit ‘Oude mannen- en vrouwenhuis’ golden heel wat strenge verplichtingen. Hiertegenover stonden vrij wonen, een uitkering van twaalf Culemborgse stuivers per maand en iedere dag een haring, brood, erwten, olie en turf. In 1900 werd de uitkering vastgesteld op vier gulden per week. In de oorlogsjaren 1917 en 1918 werd in de wintermaanden twee gulden extra uitbetaald. Tegen Sinterklaas kregen de bewoners ƒ 2,30, een fles wijn en wat speculaas.

‘Ik heb drie bejaardenhofjes afgebroken’

In 1886 kwam er een pomp en in 1910 werd er een drinkwaterleiding aangelegd. De huisjes werden echter steeds slechter en er ontstonden problemen met de gezondheidscommissie over de riolering. In de bestuursvergadering van 13 oktober 1930 stelde bestuurslid Klumper dat de huisjes in een zodanige slechte staat waren dat het wenselijk was om ze af te breken. Nieuwe huisjes zouden ƒ 800,- per stuk kosten. De voorzitter was het niet met de Klumper eens en er werd besloten om naar geld te zoeken om de huisjes wat op te knappen. Door onder meer de Tweede Wereldoorlog is dit echter nooit gebeurd. De huisjes zijn nog tientallen jaren in hun slechte staat bewoond gebleven. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de hele binnenstad op de schop gegaan. Voormalig wethouder Janus Kerkhof zei daar later over: (…) ‘Wat er toen allemaal gebeurd is aan afbraak en opbouw. Het Hogendorp, de hele Havenwijk en Achter de Vismarkt. De Zalenstraat, de Lepelstraat, de Kloosterstraat, allemaal afgebroken’. (…) ‘Ik heb drie bejaardenhofjes afgebroken. De oude Stadsschool, de R.K.-jongensschool, allemaal afgebroken’. (…)

Het ‘Oude mannen- en vrouwenhuis’ op de Lange Havendijk

Kerkhof zegt hier met een zekere trots dat het gemeentebestuur toen ook het ‘Oude mannen- en vrouwenhuis’ op de Lange Havendijk heeft laten slopen. Iets wat tegenwoordig zeer wordt betreurd. Met de twee ander bejaardenhofjes bedoelde de voormalige wethouder het katholieke bejaardenhofje in de Buiten Molenstraat en het hervormde bejaardenhofje in de Kloosterstraat.

Het bejaardenhofje in de Buiten Molenstraat was op 30 januari 1935 al bijna aan zijn eind gekomen bij de grote brand van de Trio-sigarenfabriek. Het naast de fabriek gelegen hofje werd behouden, maar is uiteindelijk in de jaren zeventig van de vorige eeuw gesloopt.

Het andere bejaardenhofje lag in de Kloosterstraat en was eigendom van de Hervormde Kerk. Het was gebouwd waar vroeger het Pieterstraatje lag en waar een bejaardenhofje stond waarvoor in 1855 de eerste steen werd gelegd. Eigenaar van dit hofje was P. S. Aussems. Bij zijn dood voldeden de huisjes al niet meer aan de eisen der tijd en is het hofje verkocht aan de Hervormde Kerk. Deze heeft het hofje later laten slopen en een nieuw hofje gebouwd dat op 26 juli 1926 door de Hervormde predikant H. Dorgelo werd geopend.

Lief zoldertje

Het hofje bestond uit acht huisjes met aan de Kloosterstraat een woning voor de conciërge. Elke woning bevatte een kamer, een slaapkamer, een keukentje met gastoestellen, een provisiekast en (zo schreef de Culemborgse Courant bij de opening in1926) een lief zoldertje. Verder zat er in alle huisjes een bel waarmee bij ziekte de conciërge, de weduwe Saltzherr, gebeld kon worden. Ook dit hofje is, zoals voormalig wethouder Janus Kerkhof al aangaf, door de vernieuwingsdrift van het toenmalige gemeentebestuur in 1980 gesloopt.

Pas in 1950 is het eerste bejaardenhuis in Culemborg gebouwd, de Elisabeth-hof aan de Van Pallandtdreef. De bouw is gefinancierd uit de nalatenschap van de 400 jaar eerder overleden vrouwe Elisabeth van Culemborg. Zij heeft indertijd bepaald dat uit haar erfenis een weeshuis moest worden gesticht. Toen dit weeshuis in het midden van de vorige eeuw werd gesloten, is besloten om de financiële middelen te gebruiken voor (ondermeer) de bouw van het bejaardenhuis ‘Elisabeth-hof’. Inmiddels is de Elisabeth-hof gesloopt.

De laatste aanwinst op het gebied van ouderenzorg is BonVie. BonVie is een initiatief van ELK Welzijnswerk, zorgaanbieder Syndion en STMR. BonVie is een wooncomplex in de Culemborgse wijk Parijsch met koop- en huurappartementen. Er wonen mensen van alle leeftijden, met en zonder handicap. Er zijn – naast een Grand café́/restaurant – een keur aan jeugd-, welzijns- en zorgvoorzieningen beschikbaar.

Het Pieterstraatje was een zijstraatje van de Kloosterstraat, hier was een hofje.

Opening Diakoniehofje Kloosterstraat in 1927

 

Zittend v.l.n.r.:

  1. ?
  2. C. van Laan (wethouder)
  3. H. van Tiel (Van Gaasbeek & VanTiel, meubelfabriek)
  4. A. Bleijenberg (Herenstraat)
  5. H. Tutein Molthenius (rentmeester Kroondomein)
  6. Ds. Dorgelo (W.P. dreef)
  7. Teunis Schouten (Stationssingel)
  8. G. Prins hoofd gemeentewerken, vader van W. Prins)
  9. Rijnsbergen (sigarenfabrikant Tollenstraat)

 

Staande v.l.n.r.:

  1. H. G. van de Berg (Spaarbank Kattenstraat)
  2. Veen (kledingzaak Tollenstraat)
  3. Tom Saltzherr (expediteur Tollenstraat hoek Lange Meent)
  4. H. Kramer Freher (vader D. Kramer Freher, meubelzaak Tollenstraat)
  5. A. Bakker (onderwijzer Laanschool. Administrateur Lutherse Gemeente)
  6. Minus Schouten (Verffabriek en winkel in de Tollenstraat)
  7. Ds W. Manger (Luthers predikant)
  8. Cornelis (Kees) Prins (architect Waldeck Pyrmontdreef)
  9. A.R. van Beekum (gemeentesecretaris Markt)
  10. H.W. van Hoytema (Sprokkelenburg, industrieel)
  11. Mw. Satltzherr (moeder van ‘t Hofje, Kloosterstraat)
  12. ?
  13. ?
  14. Klaas de Vries Sr. (turfhandelaar, Goilberdingerstraat)
  15. Ds. G Staal (Gereformeerd predikant 1925– 1929, Ridderstraat)
  16. Saltzherr (zoon van moeder van ‘t Hofje)
  17. ?
  18. Mozes van Gelderen (Tollenstraat, lid Joodse gemeente)

 

Jack van der Winkel