Search

Vierheemskinderstraat

Dit straatje, dat de Markt met de Herenstraat verbindt, is één van de oudste straatjes van Culemborg en al op de plattegrond van Jacob van Deventer, uit 1560, te vinden. 

Plan Culemborg 1560, Jacob van Deventer. Bron: Weeshuis Museum

In de “Historische beschyjving” van Voet van Oudheusden, 1722, wordt gesproken van “De Vier Heems-Kinderen Straet” (hier de herdruk van 1753)

Op de Kadasterkaart van 1811-1832, het zogenaamde Minuutplan, staan de panden en op een bijbehorende lijst hun eigenaren vermeld. Het Vierheemskinderstraat­je wordt hier “Kinderstraatje” genoemd.

Bron: Regionaal Archief Rivierenland, afgekort RAR
Waarom heeft deze straat die naam?

In het begin van de 17e eeuw waren in het centrum van Culemborg drie “voorname” herbergen gevestigd “‘t Gulden Hooft” (Markt 6), “De Gouden Leeuw” (Markt 8), en “De Vier Heemskinderen”.

In de Culemborgsche Courant van 16-12-1949 werd onderstaand artikel geplaatst.

Culemborgsche Courant van 16-12-1949

Het verhaal ging dat de herberg “De Vierheemskinderen” was gevestigd op hoek Vierheemskinderstraatje/ Markt 17 omdat daar rond 1900 in de tuin een gevelsteen gevonden werd met een afbeelding van Ros Beiaard met de Vierheemskinderen. Het was dus logisch dat men dacht dat de herberg daar wel zou hebben gestaan. In die tijd woonde daar de familie Sillevis. Dhr. H. A. Sillevis was directeur van de Culemborgsche Borstel – en Kwastenfabriek, die halverwege het straatje, op nummer 8, was gevestigd. De fabriek moet ergens in de jaren zestig van de 19e eeuw gebouwd zijn, want in 1869 heeft Sillevis met z’n borstelwerk op een internationale tentoonstelling in Amsterdam gestaan volgens onderstaande aankondiging :

“De Algemeene Catalogus der Internationale Tentoonstelling van Voorwerpen voor de huishouding en het bedrijf van den Handwerksman, 1869

519 – H. A. Sillevis – Borstelwerk, Culemborg”

Na afbraak van de herberg heeft dhr. Sillevis op die plek de Borstel- en Kwastenfabriek laten bouwen en heeft toen zeer waarschijnlijk die gevelsteen uit de oude herberg verwijderd en in zijn tuin gelegd.

Inmiddels weten we waar die herberg, “De Vierheemskinderen”, was gevestigd :

 Historicus A. J. Blommers vond in september 2018 interessante en belangrijke informatie over deze herberg en het straatje in het Regionaal Archief Rivierenland die hij met mij deelde. Uit een akte, opgemaakt in 1737, blijkt bij de verkoop van het pand, dat nu ongeveer de dierenwinkel van Van Diën is, de naam “De Vierheemskinderen” droeg. “De Vierheemskinderen” was van 1560-1695 een herberg, maar ook daarna droeg het pand nog steeds de naam “Vierheemskinderen”, tot zeker begin 19e eeuw.

De herberg “De Vierheemskinderen” was het enige grote pand (kadasterkaart nr. 833) in het straatje. De stallingen bij de herberg lagen zeer waarschijnlijk achter de herberg. Men kwam daar via ’n nu nog gedeeltelijk aanwezige wagenweg in de Herenstraat (kadaster 828). Mogelijk hoorde ook de tuin (kadaster 834) bij de herberg. “De Vierheemskinderen” had in 1806 huis- nummer 513, en in 1830 en 1840 ook nog.

Volgens het huizenregister van 1678 staat Simon Petri van Poorts geregistreerd als eigenaar van de herberg. De bevestiging staat in een boek van J.C. Schultz Jacobi (omstreeks 1835 Lutherse predikant in Culemborg en Tiel) over de Lutherse kerk; daarin wordt Poorts genoemd als kerkbestuurder en waard in de “De Vierheemskinderen”. In het “Tijnsregister“ (een soort erfpachtregister) van 1685 worden ook nog twee vorige eigenaren bij naam genoemd; Hendrik Spoor en Pieter Sam.

Akte 1737-RAR
De naam “Vierheemskinderstraat” (of straatje) is logischerwijs ontstaan nadat de gelijknamige herberg daar is gekomen in 1560. Het straatje werd ook wel het “Joncker Everwijnstraatje” genoemd. Joncker Everwijn was een oudoom van Vrouwe Elisabeth van Culemborg en woonde van 1454 – 1503 in ‘t voormalige theaterpand Luxor in de Herenstraat (’t huidige appartementengebouw met witte gevel). De Everwijnstraat is ook naar hem vernoemd.
Foto door Alies Derwig
Hoezo de Vierheemskinderen?
Het Middeleeuwse verhaal over de belevenisen van de vier zonen van ridder Aymon van de Dordogne en hun kolossale paard “Ros Beiaard” stamt uit de 12e eeuw, maar speelt zich vier eeuwen eerder af, in de tijd van Karel de Grote. De naam “Aymon” werd in het Nederlands verbasterd tot “Heem” en het van oorsprong Franse verhaal, “les quattre fils d’Aymon” werd in het Nederlandse taalgebied “De Vier Heemskinderen”. Vanaf de middeleeuwen tot op de dag van vandaag werd en wordt het op alle manieren (in versvorm, proza, poppenspel, als lied, als beeldhouwwerken, gevelstenen, enz. enz.) doorverteld.
Tekening van Rie Kooyman uit “De Historie van de Vier Heemskinderen” door D.L. Daalder, 1951
Héél kort samengevat met nadruk op het begin van ’t verhaal
Karel de Grote hield een hofdag waar alle ridders uit zijn enorme rijk bijeen waren.

Ten overstaan van al die gasten waagde Hugo van Dordogne kritiek te leveren op Karel door te stellen dat deze zijn neef Aymon van Dordogne beter moest gedenken omdat die tenslotte overal voor Karel streed en zijn leven voor hem riskeerde. Karel ervoer dit als ’n regelrechte belediging, trok zijn zwaard en sloeg ter plekke Hugo dood. Dit moest “natuurlijk” gewroken worden en er ontstond een heftige strijd.

Na verloop van tijd sloten Karel de Grote en Aymon toch vrede, maar Aymon gaf daarbij wel aan dat verwanten van Karel hun leven toch niet zeker zouden zijn. Karel gaf bij die gelegenheid ook zijn zus Aye als huwelijkspartner ten geschenke. Aymon en Aye kregen vier zoons, de vier Aymonskinderen (Heemskinderen). Aye was bang dat ze niet veilig zouden zijn voor hun eigen vader, het waren immers verwanten van Karel de Grote, en liet de kinderen direct al na hun geboorte in het geheim elders opvoeden. Dat Aymon niet wist dat hij die zoons had kwam omdat hij zelden thuis was, want steeds op veldtocht. De vier zoons, genaamd Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout, wilden hun moeder toch eens ontmoeten en kwamen als monniken gecamoufleerd bij haar op bezoek.

Ze werden door hun moeder rijkelijk onthaald met copieuze maaltijden en enorm veel drank.

Het grootste deel van het verhaal volgt hierna waarin de acceptatie door hun vader die de jongste en sterkste zoon Reinout het aanvankelijk oersterke ontembare paard Ros Beyaert schenkt, de belevenissen die ze beleven in de grote strijd met Karel de Grote omdat diens zoon Lodewijk met Adelaert ging vechten omdat hij niet tegen zijn verlies bij ’n schaakspel kon maar vermoord werd door Reinout die voor zijn broer opkwam, enz., enz. Een zeer aanbevolen lezenswaardig, mooi en spannend verhaal dat in vorige eeuwen bij vrijwel iedereen heel populair en heel bekend was.

De horeca speelde hier gretig op in refererend aan het hoofdstuk over de weldadig rijke ontvangst door de moeder. Herbergen en kroegen ontvangen hun gasten zoals de moeder haar 4 zoons, de Vierheemskinderen, ontving!! Vandaar dié populaire naam gebruikt door herbergen en zo dus ook in Culemborg.

Bron: De historie der Vier Heemskinderen en het Ros Beyaert, door Daan Deken, 1931
We gaan weer terug naar het Vierheemskinderstraatje en haar bewoners

We pakken de draad weer op bij de heer H. A. Sillevis van de Culemborgsche Borstel – en Kwastenfabriek. Hendrikus Adrianus Sillevis overleed in 1904 en de heer Henri Guilliaume Fromberg volgde hem op. De fabriek kreeg de naam : N.V. Culemborgsche Borstel- en Kwastenfabriek, voorheen H.A. Sillevis.

Begin 1900 , werknemers Borstel- en Kwasten-fabriek van H.A. Sillevis, in de tuin van de fam. Sillevis, Vier-heemskinderstraatje 1. Bron: RAR
Dhr. Fromberg breidde de Borstel- en Kwastenfabriek fabriek uit door een pand (nr. 3) aan de overzijde van het straatje te kopen en liet in 1911 een zogenaamde werkas, aandrijving voor de machines, boven het straatje aanbrengen naar het aangekochte pand.
Culemborgsche Courant 12-02-1911

 

1922, ‘t straatje met werkas. Bron: RAR

Onderstaande foto geeft de huidige situatie weer. Vroeger bestonden de twee grote (niet witte) panden aan de rechterzijde van het straatje uit vier woningen (huisnummers 8, 10, 12 en 14 ) die in 1976 verbouwd en samengevoegd werden tot deze twee grote panden voor de ijzerwaren – en diervoederwinkel van Bas van Zanten. Het werden winkel en pakhuis, die later door dochter en schoonzoon Van Diën voortgezet werden als diervoederwinkel.

Foto door Alies Derwig
Daarvoor al werd één van die panden omgebouwd tot pakhuis voor de firma H. Middelhoven, die vanaf 1926 een winkel-woonhuis en groothandel in wollen garens etc. had op de Markt.
Culemborgsche Courant 1939
Vierheemskinderstraatje nummer 1
Markt, postkantoor en stadhuis in Culemborg
Hendrikus Adrianus Sillevis (1843-1904) huwde in 1885 met Geertje Beekman (1852-1930), weduwe van de in 1881 overleden broer van Hendrikus, Gerrit Johannes Sillevis. Samen kregen ze drie kinderen en bewoonden, zoals gezegd, het hoekpand Vierheemskinderstraatje no.1 (op de ansicht het pand met de witte gordijnen en donkere luiken). Na het overlijden van H.A. Sillevis in 1904 bleef het gezin er tot ca. 1916 wonen.
Vanaf 1936 tot ca. 1964 kwam het hoekpand in bezit van huisarts dokter P. W. van Hattum die daar ook zijn praktijk hield. Daarna kwam het pand bij het postkantoor dat er op de Markt naast was gelegen. Dit postkantoor verhuisde in 1974 naar nieuwbouw op ’t Jach, (inmiddels afgebroken). Het pand kwam vervolgens in bezit van makelaar Kroezen.
Hoekpand
Hoekpand in bezit van huisarts dokter P. W. van Hattum
Vanaf 1981 huurde, en later kocht, groenteboer Jägers het hoekpand van de firma Kroezen. Ook pand Vierheemskinderstraatje 14, ‘n grote schuur, kwam in zijn bezit en deed dienst als opslag voor z’n groenten. Deze groentezaak bleef tot ca. 2001 in bedrijf en werd daarna weer terugverkocht aan makelaar Kroezen, die toen op de hoek Kroezen -Verzekeringen begon. Het huidige pand is nu een eetgelegenheid van Brownies en Downies.
Vierheemskinderstraatje 1 / Markt 17. Foto door Alies Derwig

 

Vierheemskinderstraatje 14. Foto door Alies Derwig
Weer terug naar de tijd van de Borstel-en Kwastenfabriek
In 1905 stond er een opvallende advertentie, ‘n dankbetuiging, in de Culemborgsche Courant geplaatst door enkele medewerkers van de fabriek. Heel bijzonder voor die tijd. Dhr. Sillevis vond blijkbaar een pensioen voor zijn werknemers heel belangrijk! In de tijd dat dhr. Fromberg directeur was werd het bedrijf steeds gemoderniseerd, van gas – tot elektromotoren met een steeds groter vermogen. In het Vierheemskinderstraatje, naast de Borstel – en Kwastenabriek, woonden op nr. 10 en 12 twee gezinnen Benda (broers), waarvan de meeste gezinsleden werkzaam waren op deze fabriek. In december 1930 vierde Ferdinandus Hubertus (Ferdinand) Benda, zijn 50-jarig jubileum.
Culemborgsche Courant 18 april 1905

Ferdinand Benda (geb.1868) had samen met zijn vrouw Bernardina Barbara Jansen (geb. 1871) drie kinderen; Albert, Grada en Ferdinand (jr.). Albert stortte zich op de muziek. Na zijn studie kreeg hij meerdere zangkoren onder zijn leiding, gaf muziekles en componeerde ook veel muziekstukken. Hij behaalde vele prijzen en werd in januari 1924 aangesteld als organist van de R.K Barbarakerk, wat hij ongeveer een halve eeuw zou blijven doen.

Ferdinand Benda
De Borstel- en Kwastenfabriek, die als fabrieksmerk een “Zilvervischje” met de letters S. C. (Sillevis Culemborg) op de produkten aanbracht, bleef bestaan tot 1927 en werd intussen, na Fromberg en nog twee andere directeuren, overgenomen door P. de Kruijf, die zelf al 19 jaar bij de fabriek werkzaam was. Hij verhuisde naar Eindhoven waar hij de “Culemborgsche Borstel en Kwastenfabriek Gebr. De Kruijf” oprichtte. (De naam Culemborg bleef behouden). Het werd een florerende fabriek waar ook enkele werknemers uit Culemborg waren mee verhuisd. Toen de fabriek uit het Vierheemskinderstraatje, in 1927 dus, ophield te bestaan werd in de Tulpstaat, door dhr. Van Dam, een nieuwe Borstel- en Kwastenfabriek opgericht (inmiddels verhuisd naar het industrie terrein in Culemborg).
In het hoekpand VierHeemskinderstraatje 2 / Markt 19 waren o. a. onderstaande zaken of winkelbedrijven gevestigd volgens advertenties uit de Culemborgsche Courant :
Culemborgsche Courant 1922

 

Culemborgsche Courant 1893
Omstreeks 1890 was Leendert Boon eigenaar van Café “Voorzorg“. In 1893 kwam het café in bezit van W. A. Pompe en in 1902 kwam uitbater L. Verbeek het café nog een poosje runnen. In 1903 kwam het hoekpand aan ene “mejuvrouw” Metje van Heusden. Metje (1863-1942) huwde met winkelier Fokke Dalstra (1854-1932), die, dit terzijde, ook nog voor één jaar (van sept.1907 tot sept.1908) weeshuisvader van het Elisabeth Weeshuis was. Na het overlijden van Metje van Heusden kwam het pand rond 1939 in handen van Anna Maria van Roode (1884-1954) die er een handwerkzaak, genaamd “De Witte Olifant” in vestigde. Anna was gehuwd met Cornelis Prins (geb. 1884), zoon van stadsarchitect Gijbartus Prins en Martijntje van Beekum.
Culemborgsche Courant 1903

 

Culemborgsche Courant 1939
Culemborgsche Courant 1950

Omstreeks 1950 werd het pand overgenomen door J.M.P van Jaarsveld, die er tot eind jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw een kapperszaak runde. Na kapper Jaarsveld kwam het pand in bezit van reisbureau Bontour, nu Tui geheten.

Vierheemskinderstraatje 4
Schoenmaker A.J. Knoop
In pand nr. 4 woonden omstreeks 1890 twee gebroeders Knoop. Kasper (geb. 1860) was timmerman en Antonius Johannes (geb. 1872) schoenmaker. In 1897 vertrok Antonius Johannes naar Heukelum en werd in hetzelfde pand in 1902 opnieuw een schoenmakerij geopend door Koos (Jacobus) van der Veer (1878-1927). Koos was gehuwd met Alida van Arnhem (1880-1937) en hadden samen in ieder geval één zoon, Everardus Gerardus Charles, genaamd Evert (1909-1954), die ook schoenmaker werd. Koos zelf had naast zijn schoenmakerij toch ook nog een ander baantje. Hem werd namelijk vaak gevraagd om voor de hotelgasten van Klaas Pijselman, beheerder van hotel “De Nieuwe Bak” (later Luxor) in de Herenstraat, de koffers van en naar het station te halen resp. te brengen. Hij deed dat met een geleende handkar en had dan vijftig cent verdiend.
Schoenmaker J. van der Veer
Evert huwde met Hendrika Maria van Hillo, genaamd Driek (1910-1960) en vestigden zich eerst in het pand hoek Vierheemskinderstraatje / Herenstraat 32a-bis om daarna, na het overlijden van zijn vader in 1927, te verhuizen naar de schoenmakerij van z’n vader op Vierheemskinderstraatje 4.
Culemborgse Courant 1929

Drie percelen Vierheemskinderstraatje 3

Culemborgsche Courant 1935

Volgens bovenstaande advertentie in de Culemborgsche Courant van 1935 kwam ’t pand, Vierheemskinderstraatje nr. 3, dat tot de voormalige borstelfabriek behoorde, te huur.

Begin januari 1940 werd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken een vergunning aangevraagd betreffende de oprichting van een automatische telefooncentrale op drie percelen gelegen aan het Vierheemskinderstraatje 3.
Januari 1940

 

Ca. 1940, luchtfoto met zicht op de pas gereed gekomen telefooncentrale in het Vierheemskinderstraatje. Bron: Beeldbank Defensie.
Telefooncentrale en binnenplaats, 1963 (RAR)

 

Culemborgsche Courant 1940
Tussen de telefooncentrale en het hoekpand Vierheemskinderstraatje 1 werd een lange stenen muur opgebouwd met één deur / poort in het midden die leidde naar een binnenplaats en de achteringang van het postkantoor dat vanaf 1871 op de Markt was gevestigd. Op de binnenplaats stonden de bakfietsen van ’t postkantoor, mooi zichtbaar op onderstaande foto.
De centrale verdween omstreeks 2010 en het pand kwam aan makelaardij Kroezen. Het werd omgebouwd voor de schoenenketen Scapino. Na een paar jaar had deze zaak geen bestaansmogelijkheden meer en werd ‘t pand onderdeel van het huidige restaurant Streek, dat aan de Markt haar hoofdingang heeft. Het achterste gedeelte van deze grote eetgelegenheid is ingericht voor kinderactiviteiten. 
De inmiddels overleden Joke van Hazendonk kon mooie anekdotes vertellen uit haar kindertijd en de vele jaren daarna, over de bewoners en het Vierheemskinderstraatje. Haar geboortehuis was het hoekpand Herenstraat 32 / Vierheemskinderstraatje5 waar aan de Herenstraatkant vele jaren een kruidenierswinkel was gevestigd en in het achterste gedeelte, in het Vierheemskinderstraatje, een boerderijtje. In de winkel werd de melk van de koeien voor 8 cent per liter verkocht.
Ca. 1960. Bron : Rijks Cultureel Erfgoed, RCE

 

Gevelsteen Vierheemskinderstraatje
De grootvader van Joke van Hazendonk, Hermanus van Hazendonk (1842-1917), was winkelier, landbouwer en van 1873 – 1889 ook eigenaar van de windkorenmolen “De Hoop” op ’t Jach (destijds nog Molenstraat geheten). Hij kwam uit Tull en ’t Waal, vestigde zich na zijn huwelijk in 1882 op Herenstraat 32, waar zijn schoonouders (Verweij – de Leeuw) ook al een winkelbedrijf met daarachter, in het Vierheemskinderstraatje, een boerenbedrijfje hadden. Zoon Hermanus Cornelis van Hazendonk (geb. 1894) die ook winkelier en landbouwer was, nam samen met zijn vrouw Jacoba Maria Stekelenburg (op de foto de vrouw achter de winkeltoonbank) de winkel annex boerenbedrijf over en bleven dit tot ca. 1957 volhouden. Een broer van Joke van Hazendonk heeft nog een aantal jaren in het pand gewoond en na zijn overlijden vertrok de familie naar Everdingen.

Het grote pand stond te koop, werd gekraakt, maar in 1978 door huisarts Dr. D. C. F. Vroon uiteindelijk gekocht en liet het beneden verbouwen tot huisartsenpraktijk en boven inrichten voor kamerbewoning. Dokter Vroon woonde en praktiseerde aan de overzijde van de Herenstraat, op nr. 35. Hij associeerde met Dr. A.A.M Derwig en samen betrokken ze het nieuwe praktijkpand in 1978. Dr. Vroon overleed plotseling in 1986 en de praktijk met woning werd overgenomen door Dr. Derwig, die in 2013 stopte met zijn praktijk, maar er wel met z’n vrouw (ondergetekende) bleef wonen.

Sinds enkele jaren draagt het pand de naam “Vierheemskinderen” (als eerbetoon aan de mooie legende en de voormalige herberg in het Vierheemskinderstraatje) en worden er jaarlijks exposities georganiseerd.

Een ander leuk verhaal wist Joke te vertellen over Gerrit Kalkhoven (1877-1938) en echtgenote Eef van Ekris (geb. 1878). Zij woonden sinds 1898 in het Vierheemskinderstraatje (’t derde huis aan de linkerkant vanaf de Herenstraat). Gerrit was een rustige sigarenmaker, die ’s ochtends om 07.00 uur vertrok en ’s avonds om 19.00 uur weer thuis kwam. Zijn vrouw Eef was bekend als conciërge van de Lutherse kerk en daarnaast beoefende zij het vak uit van poelier. Dagelijks bracht men bij haar kippen, ganzen, konijnen en hazen om te plukken en klaar te maken voor consumptie. Iedere avond werden deze geplukte dieren door een loopjongen terug bij de klanten gebracht en kreeg daar vijf cent per stuk voor. De donsveren werden opgespaard en aan het eind van het jaar verkocht aan Van Everdingen, die een winkel in bedden en textiel had op de Markt. Deze dons werd gebruikt als matrasvulling.

Hoekpand Herenstraat 34 / Vierheemskinderstraatje 18

Uit de volgende advertenties van de Culemborsche Courant blijkt welke winkelbedrijven o. a. in de loop van de 20e eeuw waren gevestigd in dit pand.

Kapper Jan van Kampen (1871-1928) was gehuwd met Maria Magdalena Groenewegen (1870-1938). Zij ver­huisden in 1889 naar de Markt.

Culemborgsche Courant 1884 (Postisches zijn haarstukjes)
Kapper L. Schuiten nam de zaak van Van Kampen over en bleef deze runnen tot 1935. Ze werd overgedaan aan G. Krebs (uit Renkum), die vervolgens in 1937 verhuisde naar het hoekpand Vierheemskinderstraatje /Markt 19, daarna, in 1942, naar koestraatje 2 en nog later naar de zogenoemde Vier Hoeken.
Culemboegsche Courant 1935

 

Culemborgsche Courant 1937

Van 1938-1951 was de melk- en kaashandel van H. Leuvenink in het zojuist besproken hoekpand gevestigd. Beginjaren vijftig werd de handel uitgebreid met de verkoop van Bier, Limonade en Wijn. In 1951 verhuisde die zaak naar de Triosingel. Momenteel fungeert dit pand als woonhuis.

Melk en kaashandel H. Leuvenink
Vierheemskinderstraatje 16

Begin 20e eeuw woonden op nummer 16 eierhandelaar Manus (Hermanus Petrus) Snelderweerd (geb. 1875) en diens vrouw Driek (Hendrika Martina) Borgsteijn (geb. 1872). Iedere dinsdag kocht Manus op de markt vele duizenden eieren. Deze eieren werden aangevoerd door boeren uit Culemborg en omstreken en dinsdags op de markt voor de handelaren op de eierbanken te koop gezet. De verkochte eieren werden dan door diezelfde boeren bij Snelderweerd thuis bezorgd, geteld en daar afgerekend. Na de middag werden deze eieren door hem in lange platte kisten verpakt en verzonden voor de verdere handel.

Vierheemskinderstraatje 6

In dit huis was vanaf 1882 de varkens- of spekslagerij van Johannes (Jan) en Ka Sneijders gevestigd. Jan (geb.1859) was gehuwd met Catharina, genaamd Ka, van Loo (1866-1933). Via een smal poortje naast de winkel kwam je bij de slachterij. Zijn balkenbrij was gekend en onovertrefbaar ! Jan was de zoon van Jelle Sneijders (gehuwd met Wilhelmina Budde), die borstelwerker was bij de Borstel- en Kwastenfabriek van A. H. Sillivis.

Na het overlijden van zijn vrouw Catharina in 1933 vertrok Sneijders naar Amsterdam. Kennelijk was het pand eigendom van de fam. Sillevis, want zoon Leendert Sillevis vroeg vergunning aan om in ’t pand een “electromotor” te plaatsen volgens onderstaand artikel in de Culemborgsche Courant van 1934.

Culemborgsche Courant 1934
Culemborgsche Courant 1935

In juli 1932 vestigde Willy (Wilhelm Robert Carl) Behmenburg, geboren 1901 in Duitsland, zich in Culemborg. Hij trouwde met Klazina van der Straten en nam in 1934 de slagerij van Sneijders over. Na de Tweede Wereldoorlog vertrok het gezin naar Amerika. Hun dochter Wilhelmina werd een bekend fotomodel.

Artikel uit Het Vrije Volk, 07-08-1964

Waar op deze foto het bord uithangt was de slagerij gevestigd. Beginjaren van de oorlog vestigde zich slager Nico Buur in de bestaande slagerij en kocht later het naastgelegen nr. 4 erbij om zijn zaak uit te breiden.

RAR 1963

 

Culemborgsche Courant 1942

 

Culemborgsche Courant 1950
Omstreeks 1968 verhuisde de slagerij uit het Vierheemskinderstraatje naar de Markt waar Buur de slagerij van Van den Anker overnam (hoek Markt/ Kleine Kerkstraat). Zoon Harry Buur heeft de slagerij nog jaren voortgezet.
RAR 1969
Na slager Buur kwam er op dat adres een frietzaak (Van Ewijk), die daar tot eind jaren tachtig actief was. Vervolgens werd de ruimte ingericht voor de verkoop van shoarma en dat is in 2019 nog steeds zo (alleen wel ‘n keer van eigenaar gewisseld).
RAR ca.1970
Onderstaande foto geeft ’n beeld van de huidige situatie (2019) van het Vierheemskinderstraatje. Er zijn plannen om dit straatje binnenkort op te knappen, zodat het wat een aantrekkelijker, mooier en gezelliger straatje wordt om door te lopen. Het is tenslotte ’n belangrijke verbinding tussen de Markt en het Elisabeth Weeshuismuseum!
Foto door Alies Derwig, 2019
Nog enkele advertenties uit de Culemborgsche krant van bewoners die een bedrijfje of winkel hadden in het Vierheemskinderstraatje
Volgens een advertentie in de Culemborgsche Courant van april 1874 moet er ook ‘n kleermaker met de naam A. Stigters in het Vierheemskinderstraatje gevestigd zijn geweest. De in deze advertentie genoemde Adrianus Stigters (geb.1840) was gehuwd met Johanna Margaretha Fengers (geb. 1844 in Putten). Ze bestierden samen deze kleermakerij en stoffenververij. We weten het niet zeker, maar waarschijnlijk was dit bedrijfje op nr. 12 gevestigd.
Culemborgsche Courant 1874. (Bukskings = Buckskin = leder)

Kennelijk had H. A. Sillevis van de Borstelfabriek ook een schildersbedrijfje. Dit bevond zich zeer waarschijnlijk op nr. 12 van het straatje. ’t Bedrijfje werd in 1900 door schilder Otto Borgstein overgenomen. Otto Borgstein (geb. 1866) huwde in 1891 met Hendrica Cornelia Dolman ( geb. 1868 in Loosdrecht). Het schildersbedrijf van Borgstein deed goede zaken en het verhuisde in 1903 naar de Markt (vlakbij het stadhuis).

Culemborgsche Courant 1903

 

Culemborgsche Courant 1900
Er waren in ’t straatje regelmatig panden die voor opslag van goederen dienst deden. Zo vestigde er zich in 1939 dhr. Pels met gebruikte en nieuwe meubelen.
Culemborgsche Courant 1939
Al deze bewoners van het Vierheemskinderstraatje vormden als ’t ware één grote familie. Dat bleek nog het best bij gelegenheid van het Onafhankelijkheidsfeest in 1913 en het Koninginnefeest in 1923. Alle bewoners kwamen dan in de weer om het gehele straatje gepast te versieren met erebogen, guirlandes, slingers en vlaggen. Als alles klaar was werd vaak een foto gemaakt met de bewoners erop afgebeeld.
1923, Koningin Wilhelmina 25 jaar koningin. Bron: fam. Van Hazendonk

Het Vierheemskinderstraatje is een heel ingewikkeld straatje wat de panden betreft. De percelen zijn in de loop der jaren nogal eens veranderd en het is daardoor soms ook moeilijk na te gaan wie de bewoners waren. Sommige panden hebben ook een andere indeling gekregen, zodat er meerdere gezinnen in een pand konden wonen. Het was een belangrijk straatje, want de Borstel- en Kwastenfabriek en de Telefooncentrale waren daar jaren gevestigd. Het is ook duidelijk geworden dat er veel bedrijvigheid was. Er waren best veel bedrijfjes die dan ook nog eens veranderden van eigenaar. Het was moeilijk om uit te zoeken, maar voor ‘n deel is dat nu toch gelukt.

Er zijn nog veel meer mooie verhalen, maar om dit stuk niet te lang te laten worden heb ik me beperkt. Met name het verhaal (opgeschreven door Joh. Van Redichem in de Culemborgsche Courant van 19-05-1950) van de op nr. 1 ooit gevestigde huisarts : dr. Wiegersma (jawel, de grootvader van het beroemde “Dorp aan de rivier” van Toon Kortooms) en de streken en belevenissen in het tegenover liggende café zijn echt smeuïg!

Bronnen :

RAR-Regionaal Archief Rivierenland en Gelders Archief

Delpher-Digitaal Archief Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Digitaal Archief Culemborgsche Courant en Utrechts Nieuwsblad

Archief Museum Elisabeth Weeshuis-MEW

Beeldbank Rijks Cultureel Erfgoed -RCE

Beeldbank Nederlands Instituut voor Militaire Historie-NIMH

Culemborg zoals het was – “Het leven in Culemborg”

Historicus A. J. Blommers

Verhalen van Joke van Hazendonk en familie

Familie van de besproken bewoners

Archief Alies Derwig-Witteveen-ADW

 

Alies Derwig Witteveen, februari 2019